Bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden in het Engels

Adjectives & Adverbs

In het Engels gebruik je bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden om objecten te beschrijven of handelingen toe te lichten. Deze twee woordsoorten hebben verschillende functies in de zin.

Bijwoorden (Adverbs)

Bijwoorden geven extra informatie over werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden of andere bijwoorden.

AdverbWerkwoordZin
quicklyrunShe runs quickly.
slowlywalkHe walks slowly.
carefullydriveShe drives carefully.
loudlyspeakThey speak loudly.
  • Staan meestal na het werkwoord
  • De meeste bijwoorden eindigen op -ly
  • Ze leggen uit hoe een handeling wordt uitgevoerd

Verschil tussen bijvoeglijk naamwoord en bijwoord

Bijvoeglijke naamwoorden beschrijven zelfstandige naamwoorden, terwijl bijwoorden werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden of andere bijwoorden nader bepalen.

WoordsoortFunctieVoorbeeld
Adjective (Bijv. nw.)Beschrijft een zelfst. nw.a fast car
Adjective (Bijv. nw.)Beschrijft ietsa happy child
Adverb (Bijwoord)Zegt iets over een werkwoordrun quickly
Adverb (Bijwoord)Zegt iets over een bijv. nw.very interesting

Plaats van het bijwoord

Bijwoorden kunnen op verschillende plaatsen in de zin staan.

  • Meestal na het werkwoord
  • Soms aan het begin van de zin
  • Bijwoorden van frequentie staan meestal na het hulpwerkwoord

Bijvoeglijke naamwoorden (Adjectives)

Bijvoeglijke naamwoorden beschrijven zelfstandige naamwoorden en staan meestal voor het woord.

AdjectiveZelfst. nw.Zin
bighouseShe lives in a big house.
happychildThe happy child is smiling.
redcarHe bought a red car.
interestingbookThis is an interesting book.
  • Meestal geplaatst vóór het zelfstandig naamwoord
  • In het Engels hebben bijvoeglijke naamwoorden geen meervoud
  • Ze leggen kenmerken van zelfstandige naamwoorden uit

Vorming van bijwoorden

Veel bijwoorden worden gevormd door -ly achter het bijvoeglijk naamwoord te zetten.

AdjectiveAdverbZin
quickquicklyShe finished quickly.
slowslowlyHe walked slowly.
carefulcarefullyShe carefully opened the box.
happyhappilyThey happily accepted.

Onregelmatige bijwoorden

Sommige bijwoorden volgen de normale -ly regel niet.

AdjectiveAdverbZin
goodwellShe sings well.
fastfastHe runs fast.
hardhardThey work hard.
latelateHe arrived late.

Het juiste gebruik controleren

Om te weten of je een bijvoeglijk naamwoord of een bijwoord moet gebruiken, stel je deze vragen:

  • Beschrijft het woord een zelfstandig naamwoord?
  • Beschrijft het hoe het werkwoord wordt uitgevoerd?
  • Kan het een bijwoord op -ly zijn?
  • Wordt er een werkwoord of een naamwoord uitgelegd?

Voorbeeldzinnen

She is a very smart student.Ze is een erg slimme student.
He drives very carefully.Hij rijdt heel voorzichtig.
They are extremely happy.Ze zijn buitengewoon gelukkig.
The dog runs quickly.De hond rent snel.
This is a beautiful house.Dit is een mooi huis.
She sings beautifully.Ze zingt prachtig.type: Na het werkwoord
Quickly, he closed the door.Snel sloot hij de deur.type: Begin van de zin
She always wakes up early.Ze wordt altijd vroeg wakker.type: Frequentie
He drives carefully.Hij rijdt voorzichtig.type: Na het werkwoord

Meer Engelse grammatica