De present perfect in het Engels

The Present Perfect

Test jezelf met een korte quiz

De present perfect verbindt het verleden met nu. Je vormt hem met have of has + voltooid deelwoord, en hij gaat over ervaringen, veranderingen en tijd die nog niet voorbij is.

Zo vorm je de present perfect

Gebruik have bij I, you, we en they, en has bij he, she en it. Zet daarna het voltooid deelwoord. Anders dan in het Nederlands is het hulpwerkwoord altijd have, ook bij werkwoorden van beweging: she has gone (ze is gegaan).

OnderwerpBevestigendOntkennendVraag
II have workedI haven't workedHave I worked?
youyou have workedyou haven't workedHave you worked?
he, she, itshe has workedshe hasn't workedHas she worked?
wewe have workedwe haven't workedHave we worked?
theythey have workedthey haven't workedHave they worked?

Regelmatige werkwoorden krijgen -ed (work, worked). Veel gewone werkwoorden zijn onregelmatig, dus leer het deelwoord: zie de les over onregelmatige werkwoorden.

GrondvormVoltooid deelwoordVoorbeeld
gogoneShe has gone home.
seeseenI've seen this film.
eateatenWe've eaten already.
bebeenHave you been to Rome?

Wanneer gebruik je hem?

Het precieze tijdstip is niet belangrijk of de periode is nog niet voorbij. Waar het om gaat, is het resultaat of de ervaring nu.

GebruikVoorbeeld
LevenservaringI've visited Canada twice.
Handeling in het verleden met een resultaat nuI've lost my keys.
Recent nieuwsThe prime minister has resigned.
Periode die nog niet voorbij isShe's drunk three coffees today.
Situatie die in het verleden begon en nog doorgaatWe've lived here for ten years.

Ever, never, already, yet en just

Deze woorden komen heel vaak voor met de present perfect. Let op waar elk woord in de zin staat.

WoordBetekenis en plaatsVoorbeeld
everooit, in vragen, voor het deelwoordHave you ever ridden a horse?
nevernooit, voor het deelwoordI've never ridden a horse.
alreadyal (eerder dan verwacht), voor het deelwoordHe's already finished.
yetal, nog (tot nu toe), in vragen en ontkenningen, aan het eindHas the bus come yet?
justnet, zojuist, voor het deelwoordThey've just arrived.

Test jezelf

5 korte vragen over deze les. Hoeveel heb jij er goed?

0 XP
Vraag 1 van 5

Kies het juiste antwoord.

Have you ever ___ sushi?

For en since

Allebei beantwoorden ze de vraag How long? (hoe lang?). For geeft een tijdsduur. Since geeft het beginpunt. Waar je in het Nederlands 'ik woon hier al tien jaar' zegt, gebruik je in het Engels de present perfect.

for + periodesince + beginpunt
for two hourssince nine o'clock
for three weekssince Monday
for ten yearssince 2015
for a long timesince I was a child

Present perfect of past simple

Gebruik de past simple als je zegt of vraagt wanneer iets gebeurde, of als de periode voorbij is. Gebruik de present perfect als er geen afgesloten tijdstip wordt genoemd. In het Nederlands kun je 'ik heb hem gisteren gezien' zeggen, maar in het Engels kan dat niet met de present perfect.

Present perfectPast simple
I've been to Paris.I went to Paris last year.
Have you seen my phone?Did you see the match yesterday?
She's worked here since May.She worked here from 2010 to 2015.
I've had two exams this week.I had two exams last week.

Been of gone

Go heeft twee voltooide deelwoorden met een verschillende betekenis.

  • He has been to Spain: hij is erheen gegaan en weer teruggekomen.
  • He has gone to Spain: hij is erheen gegaan en is er nu nog.

Veelgemaakte fouten

Gebruik de present perfect niet met een afgesloten tijdstip, en gebruik de present simple niet voor hoe lang iets al duurt.

FoutGoed
I have seen him yesterday.I saw him yesterday.
I live here since 2018.I have lived here since 2018.
She has went home.She has gone home.
I've lived here since ten years.I've lived here for ten years.

Voorbeeldzinnen

I've never eaten octopus.Ik heb nog nooit inktvis gegeten.
Have you finished your report yet?Heb je je verslag al af?
She's just left the office.Ze is net van kantoor weggegaan.
We've known each other since school.We kennen elkaar al sinds school.
They haven't called me for weeks.Ze hebben me al weken niet gebeld.
My brother has broken his arm.Mijn broer heeft zijn arm gebroken.
How long have you lived in London?Hoe lang woon je al in Londen?

Meer Engelse grammatica