Meervoudsvormen in het Engels

Plural Nouns

In het Engels gebruik je meervoudsvormen (plural nouns) om naar meer dan één object te verwijzen. Meestal voeg je een uitgang toe aan het woord.

Regelmatig meervoud (-s)

Bij de meeste Engelse zelfstandige naamwoorden voeg je simpelweg een -s toe.

EnkelvoudMeervoudZin
bookbooksI read many books.
carcarsThey have two cars.
appleapplesShe bought apples.
studentstudentsThe students are here.
  • Geldt voor het merendeel van de woorden
  • De -s komt direct achter het woord

Woorden die eindigen op -y

Als een woord eindigt op een medeklinker + y, verandert de y in -ies.

EnkelvoudMeervoudZin
babybabiesThe babies are sleeping.
citycitiesMany cities are large.
boyboysThe boys are playing.
toytoysThe toys are on the floor.
  • Medeklinker + y → -ies
  • Klinker + y → alleen een -s

Meervoud met -es

Voeg -es toe wanneer woorden eindigen op -s, -x, -z, -ch of -sh.

EnkelvoudMeervoudZin
boxboxesThe boxes are heavy.
busbusesThe buses are late.
watchwatchesHe collects watches.
dishdishesShe washed the dishes.
  • Woorden die eindigen op -s
  • Woorden die eindigen op -x
  • Woorden die eindigen op -ch en -sh

Basisregels voor meervoud

Meervouden in het Engels worden gevormd volgens een paar verschillende regels.

RegelEnkelvoudMeervoud
Voeg -s toebookbooks
Voeg -es toeboxboxes
-y → -iesbabybabies
Onregelmatigchildchildren

Onregelmatige meervouden

Sommige zelfstandige naamwoorden volgen de standaardregels niet.

EnkelvoudMeervoudZin
childchildrenThe children are happy.
manmenThe men are working.
womanwomenThe women are talking.
footfeetMy feet are cold.
toothteethBrush your teeth.

Hoe kies je de juiste meervoudsvorm?

Stel jezelf deze vragen bij het maken van een meervoud:

  • Eindigt het woord op -s, -x, -ch of -sh?
  • Eindigt het woord op -y?
  • Is het een onregelmatig woord?
  • Ziet het woord er al uit als een meervoud?

Onveranderlijke meervouden

Sommige woorden zijn hetzelfde in enkelvoud en meervoud.

Voorbeeldzinnen

I have three books.Ik heb drie boeken.
The children are playing.De kinderen zijn aan het spelen.
She bought two dresses.Ze kocht twee jurken.
Many cities are very large.Veel steden zijn erg groot.
The sheep are in the field.De schapen staan in het veld.
sheephetzelfde · singular: sheep
fishmeestal hetzelfde · singular: fish
deervaak bij dierennamen · singular: deer

Meer Engelse grammatica