Veelgebruikte onregelmatige werkwoorden in het Engels

Irregular Verbs

Test jezelf met een korte quiz

Regelmatige werkwoorden krijgen -ed in de past simple en het voltooid deelwoord (work, worked, worked). Onregelmatige werkwoorden hebben eigen vormen, en veel van de meest gebruikte Engelse werkwoorden zijn onregelmatig, net als in het Nederlands.

Drie vormen om te leren

Elk werkwoord heeft een grondvorm, een past simple en een voltooid deelwoord (past participle). Elke vorm heeft zijn eigen taak in de zin.

VormGebruikt voorVoorbeeld
Grondvormtegenwoordige tijd, na did, will en modale werkwoordenDid you see it?
Past simplebevestigende zinnen in de past simpleI saw it yesterday.
Voltooid deelwoordna have en in de lijdende vormI have seen it. It was seen.

Patroon 1: alle drie de vormen gelijk

Deze werkwoorden veranderen nooit. Read is bijzonder: de spelling blijft gelijk, maar de verleden vormen klinken als het Engelse red.

GrondvormPast simpleVoltooid deelwoord
cutcutcut
putputput
letletlet
costcostcost
readreadread

Patroon 2: past simple en deelwoord gelijk

Dit is de grootste groep. Veel van deze werkwoorden eindigen op -ought, -aught of -t.

GrondvormPast simpleVoltooid deelwoord
buyboughtbought
teachtaughttaught
sleepsleptslept
sendsentsent
paypaidpaid

Test jezelf

5 korte vragen over deze les. Hoeveel heb jij er goed?

0 XP
Vraag 1 van 5

Kies het juiste antwoord.

Oh no, I've ___ my umbrella at home.

Patroon 3: alle drie de vormen verschillend

Veel van deze deelwoorden eindigen op -n of -en, net als Nederlandse deelwoorden zoals 'geschreven'.

GrondvormPast simpleVoltooid deelwoord
writewrotewritten
speakspokespoken
breakbrokebroken
eatateeaten
beginbeganbegun
swimswamswum

Begin, swim, drink, sing en ring volgen hetzelfde klinkerpatroon: i, a, u. Come, become en run gaan in het deelwoord terug naar de grondvorm: come, came, come.

De meest gebruikte onregelmatige werkwoorden

Deze werkwoorden komen in bijna elk gesprek voor. Leer ze als eerste.

GrondvormPast simpleVoltooid deelwoord
bewas, werebeen
havehadhad
dodiddone
saysaidsaid
gowentgone
getgotgot (VS: gotten)
makemademade
knowknewknown
thinkthoughtthought
taketooktaken
seesawseen
comecamecome
givegavegiven
findfoundfound
telltoldtold
leaveleftleft
feelfeltfelt
bringbroughtbrought

Veelgemaakte fouten

Leerlingen zetten vaak -ed achter onregelmatige werkwoorden of halen de past simple en het deelwoord door elkaar.

FoutGoed
I buyed a jacket.I bought a jacket.
Did you went out?Did you go out?
She has wrote a letter.She has written a letter.
I seen him yesterday.I saw him yesterday.
I brought a new car. (als je 'gekocht' bedoelt)I bought a new car.

Voorbeeldzinnen

We went to the beach last weekend.We zijn vorig weekend naar het strand geweest.
I've never seen such a beautiful sunset.Ik heb nog nooit zo'n mooie zonsondergang gezien.
She told me the truth.Ze vertelde me de waarheid.
Have you eaten yet?Heb je al gegeten?
He forgot his passport, so he missed the flight.Hij vergat zijn paspoort, dus hij miste zijn vlucht.
The children have grown so much this year.De kinderen zijn dit jaar zo gegroeid.
Who wrote this song?Wie heeft dit liedje geschreven?

Meer Engelse grammatica