De past continuous in het Engels

The Past Continuous

Test jezelf met een korte quiz

De past continuous beschrijft een handeling die op een moment in het verleden aan de gang was, zoals het Nederlandse 'was aan het werken'. Je vormt hem met was of were + werkwoord-ing.

Zo vorm je de past continuous

Gebruik was bij I, he, she en it, en were bij you, we en they. Zet daarna de -ing-vorm van het werkwoord.

OnderwerpBevestigendOntkennendVraag
II was workingI wasn't workingWas I working?
youyou were workingyou weren't workingWere you working?
he, she, ithe was workinghe wasn't workingWas he working?
wewe were workingwe weren't workingWere we working?
theythey were workingthey weren't workingWere they working?

Spelling van de -ing-vorm

De meeste werkwoorden krijgen gewoon -ing, maar een paar spellingsregels veranderen het einde van het werkwoord.

RegelGrondvorm-ing-vorm
De meeste werkwoorden: voeg -ing toereadreading
Laat een stomme e aan het eind wegmakemaking
Verdubbel de laatste medeklinker na één korte beklemtoonde klinkerrunrunning
Verander ie in ylielying

Handelingen die op een moment in het verleden bezig waren

Gebruik hem voor iets wat op een bepaald moment al begonnen maar nog niet klaar was.

At eight o'clock last night, I was having dinner.Gisteravond om acht uur zat ik te eten.Het eten begon voor achten en ging daarna nog door.
This time yesterday, we were flying to Lisbon.Gisteren rond deze tijd zaten we in het vliegtuig naar Lissabon.
What were you doing at midnight?Wat was je om middernacht aan het doen?

Onderbroken handelingen: when en while

Een langere handeling in de past continuous wordt vaak onderbroken door een korte handeling in de past simple. When (toen) staat meestal voor de korte handeling. While (terwijl) staat meestal voor de lange handeling.

PatroonVoorbeeld
past continuous + when + past simpleI was cooking when the phone rang.
while + past continuous, past simpleWhile I was cooking, the phone rang.
twee lange handelingen met whileI was reading while my husband was watching TV.

Test jezelf

5 korte vragen over deze les. Hoeveel heb jij er goed?

0 XP
Vraag 1 van 5

Kies het juiste antwoord.

At eight o'clock last night, I ___ dinner.

De achtergrond schetsen in verhalen

Verhalen beginnen vaak met de past continuous om de achtergrond te beschrijven. De belangrijkste gebeurtenissen volgen dan in de past simple.

It was a cold night. The wind was blowing and it was raining hard.Het was een koude nacht. De wind waaide en het regende hard.
Suddenly, someone knocked on the door.Plotseling klopte er iemand op de deur.

Past continuous of past simple

De past simple is voor afgeronde handelingen en reeksen gebeurtenissen. De past continuous is voor een handeling die op dat moment midden aan de gang was.

Past simplePast continuous
I watched a film last night.I was watching a film at ten o'clock.
When she arrived, we had dinner.When she arrived, we were having dinner.
He got up, dressed and left.He was getting dressed when I called.

Let op het verschil in de tweede rij: in de eerste zin begon het eten nadat zij aankwam; in de tweede zin was het al begonnen.

Werkwoorden die meestal niet in de continuous staan

Toestandswerkwoorden zoals know, like, want, need, believe en understand blijven normaal in de past simple.

FoutGoed
I was knowing the answer.I knew the answer.
She was wanting a coffee.She wanted a coffee.
They was playing outside.They were playing outside.
When I was arriving, he left.When I arrived, he was leaving.

Voorbeeldzinnen

I was walking home when I met an old friend.Ik liep naar huis toen ik een oude vriend tegenkwam.
She wasn't listening to the teacher.Ze luisterde niet naar de leraar.
Were you sleeping when I called?Lag je te slapen toen ik belde?
While we were having lunch, it started to snow.Terwijl we aan het lunchen waren, begon het te sneeuwen.
The children were playing in the garden all afternoon.De kinderen waren de hele middag in de tuin aan het spelen.
He was driving too fast, so the police stopped him.Hij reed te hard, dus de politie hield hem aan.
What was she wearing at the party?Wat had ze aan op het feest?

Meer Engelse grammatica