Vragen stellen in het Engels

Question Formation

Er zijn verschillende structuren om vragen te vormen in het Engels. We maken onderscheid tussen ja/nee-vragen en wh-vragen.

Voorbeeldzinnen

Do you like chocolate?Hou je van chocolade?
Did she finish her homework?Heeft ze haar huiswerk afgemaakt?
Where are my keys?Waar zijn mijn sleutels?
Why did he leave early?Waarom ging hij vroeg weg?
Can you help me?Kun je me helpen?

WH-vragen

Deze worden gebruikt om informatie te vragen. Het WH-woord staat aan het begin.

WH-woordStructuurVoorbeeld
What (Wat)What + do/does/did + onderwerp + werkwoord?What do you want?
Where (Waar)Where + is/are + onderwerp?Where is the station?
When (Wanneer)When + did + onderwerp + werkwoord?When did he arrive?
Why (Waarom)Why + do/does/did + onderwerp + werkwoord?Why did you leave?
How (Hoe)How + hulpwerkwoord + onderwerp + werkwoord?How do you solve this?

Veelgemaakte fouten

Fouten die studenten vaak maken:

  • Vergeten van 'do/does/did' bij WH-vragen
  • De volgorde van onderwerp en hulpwerkwoord omdraaien
  • Het hoofdwerkwoord in de verleden tijd zetten na 'did' (in plaats van de stam)

Ja/Nee-vragen

Deze vragen worden meestal beantwoord met 'yes' of 'no'. Het hulpwerkwoord komt aan het begin van de zin.

StructuurVoorbeeld
Do/Does + onderwerp + werkwoord?Do you like pizza?
Did + onderwerp + werkwoord?Did she call you yesterday?
Am/Is/Are + onderwerp + aanvulling?Are they ready?

Gebruik van hulpwerkwoorden

Bij het vormen van een vraag moet je in de meeste gevallen een hulpwerkwoord toevoegen.

SituatieVoorbeeld
Present SimpleDo you like coffee?
Past SimpleDid they watch the movie?
Present ContinuousAre you studying now?
Modale werkwoordenCan she drive?

Meer Engelse grammatica