Voorzetsels in het Engels
Prepositions
Voorzetsels worden in zinnen gebruikt samen met zelfstandige naamwoorden или voornaamwoorden om relaties van plaats, tijd of beweging aan te geven.
Soorten voorzetsels
De meest voorkomende soorten zijn voorzetsels van tijd, plaats en beweging.
| Soort | Voorbeelden | Voorbeeldgebruik |
|---|---|---|
| Tijd | at, on, in, during | at 5 pm, on Monday, in July |
| Plaats | in, on, at, between, under | in the room, on the table, at the station |
| Beweging | to, into, onto, from, out of | go to school, run into the room |
Voorbeeldzinnen
I will meet you at 5 pm.Ik ontmoet je om 17:00 uur.
She lives in Amsterdam.Zij woont in Amsterdam.
The book is on the table.Het boek ligt op de tafel.
We walked into the room.We liepen de kamer binnen.
He jumped onto the platform.Hij sprong op het perron.
I have been here since Monday.Ik ben hier sinds maandag.
The shop is between the bank and the post office.De winkel is tussen de bank en het postkantoor.
She got out of the car quickly.Ze stapte snel uit de auto.
Veelvoorkomende fouten
Fouten die studenten vaak maken:
- Verwarring tussen in / on / at (bijv. in the room vs on the room)
- Verwarring tussen beweging en positie (bijv. go in vs go into)
- Fouten bij tijdsvoorzetsels (on/in/at)
- Verkeerd voorzetsel bij vaste uitdrukkingen (bijv. good at ipv good in)
Voorzetsels van tijd (Time Prepositions)
Gebruikt om een specifieke tijd, dag of maand aan te duiden.
| Voorzetsel | Gebruik | Voorbeeld |
|---|---|---|
| at | tijden, specifieke momenten | at 7 o'clock, at night |
| on | dagen en data | on Monday, on 1st May |
| in | maanden, jaren, eeuwen, lange periodes | in July, in 2025, in the 21st century |
| during | tijdens een bepaalde periode | during the meeting, during the night |
Voorzetsels van plaats (Place Prepositions)
Gebruikt om de positie van objecten of personen aan te geven.
| Voorzetsel | Gebruik | Voorbeeld |
|---|---|---|
| in | besloten ruimte, stad, land | in the room, in Amsterdam, in the Netherlands |
| on | op een oppervlak | on the table, on the wall |
| at | specifiek punt of locatie | at the bus stop, at school |
| under | onder iets | under the bed |
| between | tussen twee dingen | between the trees |
Voorzetsels van beweging (Movement Prepositions)
Gebruikt om een beweging of richting aan te geven.
| Voorzetsel | Betekenis / Gebruik | Voorbeeld |
|---|---|---|
| to | beweging naar een plaats | go to school |
| into | beweging naar binnen | walk into the room |
| onto | beweging naar een oppervlak | jump onto the table |
| from | beweging vanuit een plaats | come from the park |
| out of | uit een plaats gaan | get out of the car |