De verbuiging van bijvoeglijke naamwoorden in het Duits

Adjektivdeklination

Test jezelf met een korte quiz

Als een bijvoeglijk naamwoord voor een zelfstandig naamwoord staat, krijgt het een uitgang. Die uitgang hangt af van het woord ervoor, het geslacht en de naamval.

Wanneer krijgt een bijvoeglijk naamwoord een uitgang?

Bijvoeglijke naamwoorden krijgen alleen een uitgang direct voor een zelfstandig naamwoord. Na sein, werden of bleiben houden ze hun grondvorm, net als in het Nederlands.

Das Auto ist neu.De auto is nieuw.Na sein: geen uitgang.
Das ist ein neues Auto.Dat is een nieuwe auto.Voor een zelfstandig naamwoord: uitgang.

Drie patronen

Er zijn drie reeksen uitgangen. Het basisidee: laat het lidwoord het geslacht en de naamval al zien, dan krijgt het bijvoeglijk naamwoord een zwakke uitgang. Is er geen lidwoord, of heeft het lidwoord geen uitgang, dan laat het bijvoeglijk naamwoord het zelf zien.

PatroonWoorden voor het bijvoeglijk naamwoordVoorbeeld
Zwakder, die, das, dieser, jeder, welcher, alleder alte Mann
Gemengdein, kein, mein, dein, sein, unser, euer, ihrein alter Mann
Sterk (geen lidwoord)zwei, drei, viele, einige, wenigealter Wein

Zwakke uitgangen na der-woorden

Er zijn maar twee zwakke uitgangen: -e in de nominatief enkelvoud en in de vrouwelijke en onzijdige accusatief enkelvoud, en -en overal anders.

NaamvalMannelijkVrouwelijkOnzijdigMeervoud
Nominatiefder alte Tischdie alte Lampedas alte Bettdie alten Stühle
Accusatiefden alten Tischdie alte Lampedas alte Bettdie alten Stühle
Datiefdem alten Tischder alten Lampedem alten Bettden alten Stühlen
Genitiefdes alten Tischesder alten Lampedes alten Bettesder alten Stühle

Test jezelf

5 korte vragen over deze les. Hoeveel heb jij er goed?

0 XP
Vraag 1 van 5

Kies het juiste antwoord.

Sie hat eine ___ Katze. (weiß)

Gemengde uitgangen na ein-woorden

Die zijn gelijk aan de zwakke uitgangen, behalve op de drie plekken waar ein geen uitgang heeft: de mannelijke nominatief krijgt -er, en de onzijdige nominatief en accusatief krijgen -es. Ein heeft geen meervoud, dus in de meervoudskolom staat kein.

NaamvalMannelijkVrouwelijkOnzijdigMeervoud
Nominatiefein alter Tischeine alte Lampeein altes Bettkeine alten Stühle
Accusatiefeinen alten Tischeine alte Lampeein altes Bettkeine alten Stühle
Datiefeinem alten Tischeiner alten Lampeeinem alten Bettkeinen alten Stühlen
Genitiefeines alten Tischeseiner alten Lampeeines alten Betteskeiner alten Stühle

Sterke uitgangen zonder lidwoord

Zonder lidwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord bijna dezelfde uitgangen als der, die, das. De enige uitzondering is de mannelijke en onzijdige genitief, die -en krijgt.

NaamvalMannelijkVrouwelijkOnzijdigMeervoud
Nominatiefkalter Kaffeekalte Milchkaltes Wasserkalte Getränke
Accusatiefkalten Kaffeekalte Milchkaltes Wasserkalte Getränke
Datiefkaltem Kaffeekalter Milchkaltem Wasserkalten Getränken
Genitiefkalten Kaffeeskalter Milchkalten Wasserskalter Getränke

Lastige gevallen

RegelGrondvormMet uitgang
Bijvoeglijke naamwoorden op -el en -er verliezen een edunkelein dunkles Zimmer
Bijvoeglijke naamwoorden op -el en -er verliezen een eteuereine teure Wohnung
hoch verliest de chochein hoher Baum
Sommige kleuren krijgen geen uitgangrosaein rosa Kleid
Meerdere bijvoeglijke naamwoorden krijgen dezelfde uitganggroß, schwarzein großer schwarzer Hund
Bijvoeglijke naamwoorden van stadsnamen eindigen altijd op -erBerlindie Berliner Mauer

Veelgemaakte fouten

FoutGoedWaarom
Das ist ein schöne Tag.Das ist ein schöner Tag.Ein heeft hier geen uitgang, dus het bijvoeglijk naamwoord laat het mannelijk geslacht zien: -er.
Ich habe einen neue Job.Ich habe einen neuen Job.Na een lidwoord krijgt de mannelijke accusatief altijd -en.
Wir wohnen in einem kleinem Haus.Wir wohnen in einem kleinen Haus.Het lidwoord laat de datief al zien, dus het bijvoeglijk naamwoord krijgt -en.
Ich trinke Tee mit kalte Milch.Ich trinke Tee mit kalter Milch.Zonder lidwoord laat het bijvoeglijk naamwoord de vrouwelijke datief zien: -er.
Das Wetter ist schönes.Das Wetter ist schön.Na sein krijgen bijvoeglijke naamwoorden geen uitgang.

Voorbeeldzinnen

Ich suche eine günstige Wohnung in der Stadt.Ik zoek een betaalbare woning in de stad.
Der junge Mann hilft der alten Frau.De jonge man helpt de oude vrouw.
Wir haben einen großen Garten mit vielen bunten Blumen.We hebben een grote tuin met veel kleurige bloemen.
Sie trägt ein langes blaues Kleid.Ze draagt een lange blauwe jurk.
Bei schlechtem Wetter bleiben wir zu Hause.Bij slecht weer blijven we thuis.
Das ist das Auto meines älteren Bruders.Dat is de auto van mijn oudere broer.
Mit freundlichen GrüßenMet vriendelijke groetDe standaardafsluiting van een formele brief: sterke datief meervoud.

Meer Duitse grammatica