Essere vs. Avere

De twee zuilen

In het Italiaans zijn 'essere' (zijn) und 'avere' (hebben) de belangrijkste werkwoorden. Ze beschrijven toestanden en bezit, maar fungeren ook als hulpwerkwoorden voor samengestelde tijden.

Vervoeging in de tegenwoordige tijd

Deze zijn volledig onregelmatig. Je moet deze uit het hoofd leren voordat je verder gaat.

OnderwerpEssere (Zijn)Avere (Hebben)
iosonoho (h is stom)
tuseihai
lui/leièha
noisiamoabbiamo
voisieteavete
lorosonohanno

De 'H' in Avere

In het Italiaans is de letter 'h' altijd stom (niet uitgesproken). Bij 'Avere' wordt het alleen gebruikt als visueel kenmerk om het werkwoord te onderscheiden van andere woorden (zoals 'a' voor 'naar' of 'o' voor 'of').

  • Ho, Hai, Ha, Hanno: Spreek ze uit als 'o', 'ai', 'a', 'anno'.
  • Essere: 'Sono' wordt gebruikt voor zowel 'Ik ben' als 'Zij zijn'. De context vertelt je welke het is.

Idioom met Avere

In het Nederlands 'zijn' we hongerig. In het Italiaans 'heb' je honger. Dit is een veelvoorkomende bron van fouten!

Italiaanse fraseLetterlijke vertalingBetekenis
Avere fameHonger hebbenHonger hebben
Avere seteDorst hebbenDorst hebben
Avere caldo/freddoWarmte/kou hebbenHet warm/koud hebben
Avere ___ anni___ jaar hebben___ jaar oud zijn
Avere pauraAngst hebbenBang zijn

Hulpwerkwoord (Een voorproefje)

Bij het vormen van de verleden tijd (Passato Prossimo) moet je kiezen tussen Essere en Avere. De meeste werkwoorden krijgen Avere, maar bewegingswerkwoorden krijgen Essere.

HelperType werkwoordVoorbeeld
AvereActiewerkwoordenHo mangiato (Ik heb gegeten)
EssereBeweging/VeranderingSono andato (Ik ben gegaan)

Checklist

Vraag jezelf bij het beschrijven van een toestand af:

  • 1. Is dit een fysieke sensatie (honger, kou, leeftijd)? Gebruik AVERE.
  • 2. Is dit een eigenschap of identiteit? Gebruik ESSERE.
  • 3. Schrijf ik de 'h' correct?

Wanneer gebruik je Essere?

Essere wordt gebruikt voor identiteit, herkomst en kenmerken. Het is ook het hulpwerkwoord voor werkwoorden van beweging.

GebruikVoorbeeldVertaling
IdentiteitIo sono studente.Ik ben student.
HerkomstLoro sono di Roma.Zij komen uit Rome.
Fysieke staatLa zuppa è calda.De soep is warm.
BeschrijvingSei molto gentile.Je bent erg vriendelijk.

Oefenzinnen

Io ho venticinque anni.Ik ben vijfentwintig jaar oud.
Siete pronti per la cena?Zijn jullie klaar voor het diner?
Ho molta fame, mangiamo!Ik heb grote honger, laten we eten!
Loro sono molto stanchi oggi.Ze zijn erg moe vandaag.

Veelvoorkomende valkuilen

Verwar 'è' (hij/zij is) niet met 'e' (en). Het accent verandert de betekenis volledig!

Marco è alto e simpatico. (Marco IS lang EN aardig.)noun: è vs e · type: Werkwoord vs Voegwoord
Quanti anni hai? (Hoe oud ben je?)noun: Avere · type: Leeftijd
Dove sei? (Waar ben je?)noun: Essere · type: Locatie

Meer Italiaanse grammatica