De onvoltooid toekomende tijd in het Italiaans

Il futuro semplice

Test jezelf met een korte quiz

De Italiaanse futuro semplice zegt wat er gaat gebeuren, en kan ook een vermoeden over het heden uitdrukken. Het is één woord: stam van de infinitief + -ò, -ai, -à, -emo, -ete, -anno.

Zo vorm je de toekomende tijd

Haal de laatste -e van de infinitief weg en voeg de uitgangen toe. Bij werkwoorden op -are wordt de a een e, dus parlare wordt parler-. De uitgangen zijn voor alle drie de groepen gelijk.

Onderwerpparlareprenderedormire
ioparleròprenderòdormirò
tuparleraiprenderaidormirai
lui / lei / Leiparleràprenderàdormirà
noiparleremoprenderemodormiremo
voiparlereteprenderetedormirete
loroparlerannoprenderannodormiranno

Spellingsveranderingen

Sommige werkwoorden passen hun spelling aan om de klank van de stam te behouden. Werkwoorden op -care en -gare krijgen een h, en werkwoorden op -ciare en -giare verliezen de i.

InfinitiefToekomende tijd (io)Regel
cercarecercheròvoeg een h toe voor de harde klank
pagarepagheròvoeg een h toe voor de harde klank
cominciarecominceròlaat de i weg
mangiaremangeròlaat de i weg

Onregelmatige stammen

Veel gewone werkwoorden hebben een verkorte of veranderde stam. De uitgangen veranderen nooit: ken je de stam, dan is de rest regelmatig.

InfinitiefStamioloro
esseresar-saròsaranno
avereavr-avròavranno
andareandr-andròandranno
farefar-faròfaranno
doveredovr-dovròdovranno
poterepotr-potròpotranno
saperesapr-sapròsapranno
vederevedr-vedròvedranno
venireverr-verròverranno
volerevorr-vorròvorranno
bereberr-berròberranno
rimanererimarr-rimarròrimarranno

Wanneer gebruik je de toekomende tijd?

Gebruik hem voor voorspellingen, beloftes, plannen verder in de toekomst en na quando, appena en se als die over de toekomst gaan.

Domani pioverà in tutto il Nord.Morgen gaat het in heel Noord-Italië regenen.voorspelling
Te lo prometto, non lo farò più.Ik beloof het je, ik doe het nooit meer.belofte
Quando finirò l'università, andrò a vivere a Londra.Als ik klaar ben met mijn studie, ga ik in Londen wonen.toekomende tijd in beide delen van de zin

Test jezelf

5 korte vragen over deze les. Hoeveel heb jij er goed?

0 XP
Vraag 1 van 5

Kies het juiste antwoord.

Dopo l'estate ___ un nuovo lavoro. (io, cercare)

De toekomende tijd van waarschijnlijkheid

Italianen gebruiken de toekomende tijd vaak om te gissen naar het heden, waar je in het Nederlands 'waarschijnlijk' of 'zal wel' zegt.

Marco non risponde. Sarà ancora in palestra.Marco neemt niet op. Hij zal nog wel in de sportschool zijn.
Che ore sono? Saranno le sei.Hoe laat is het? Het zal ongeveer zes uur zijn.
Quanti anni ha? Avrà quarant'anni.Hoe oud is ze? Ze zal een jaar of veertig zijn.

Toekomende of tegenwoordige tijd?

Voor plannen die dichtbij en vast zijn, gebruiken Italianen meestal de tegenwoordige tijd met een tijdsaanduiding, net als in het Nederlands. De toekomende tijd klinkt verder weg, minder zeker of formeler.

Tegenwoordige tijdToekomende tijd
Domani vado a Roma.Un giorno andrò in Giappone.
Stasera ceno da Anna.Prima o poi ci sarà una soluzione.

Ontkenningen en vragen

Zet non voor het werkwoord. Vragen houden dezelfde woordvolgorde en gaan omhoog in toon.

Non verrò alla festa sabato.Ik kom zaterdag niet naar het feest.
Verrai anche tu in montagna?Ga jij ook mee naar de bergen?

Veelgemaakte fouten

  • De a van werkwoorden op -are houden: schrijf 'parlerò', niet 'parlarò'.
  • De hele infinitief gebruiken bij onregelmatige stammen: 'andrò' en 'dovrò', niet 'anderò' en 'doverò'.
  • De h vergeten: 'cercherò' en 'pagherò', niet 'cercerò' en 'pagerò'.
  • De i laten staan: 'mangerò', niet 'mangierò'.
  • Het accent weglaten: 'parlerò' en 'parlerà' hebben het nodig, en de klemtoon valt op de laatste lettergreep.

Voorbeeldzinnen

L'anno prossimo cambierò lavoro.Volgend jaar ga ik van baan veranderen.
Appena arriverete, mangeremo insieme.Zodra jullie er zijn, gaan we samen eten.
Secondo me, domani farà caldo.Volgens mij wordt het morgen warm.
I bambini saranno stanchi dopo il viaggio.De kinderen zullen moe zijn na de reis.
Dove sono le chiavi? Saranno in macchina.Waar zijn de sleutels? Die zullen wel in de auto liggen.
Non potrò venire prima delle otto.Ik kan niet voor achten komen.
Se avrete bisogno di aiuto, chiamatemi.Als jullie hulp nodig hebben, bel me dan.

Meer Italiaanse grammatica