Basisvoorzetsels in het Italiaans
Le preposizioni semplici e articolate
Test jezelf met een korte quizHet Italiaans heeft een klein aantal enkelvoudige voorzetsels, en de meest gebruikte smelten samen met het bepaald lidwoord dat erop volgt: di + il = del, a + la = alla, in + lo = nello.
De enkelvoudige voorzetsels
Elk voorzetsel heeft een paar kernbetekenissen. Tra en fra betekenen precies hetzelfde; kies het voorzetsel dat het best klinkt naast het volgende woord.
| Voorzetsel | Belangrijkste betekenissen | Voorbeeld |
|---|---|---|
| di | van, uit (met essere), over | il libro di Marco |
| a | naar, in, op (steden) | Vado a Roma. |
| da | van(af), bij iemand thuis, sinds | Torno da Napoli. |
| in | in, naar (landen, ruimtes, vervoer) | Vivo in Italia. |
| con | met | Esco con Anna. |
| su | op, over | un film su Venezia |
| per | voor, door, om te | Questo è per te. |
| tra / fra | tussen, onder, over (tijd vanaf nu) | Arrivo tra dieci minuti. |
Samengestelde voorzetsels
Di, a, da, in en su versmelten met het lidwoord tot één woord. Het lidwoord volgt de gewone regels: lo voor s + medeklinker en voor z, l' voor een klinker. Con, per, tra en fra blijven los.
| Voorzetsel | il | lo | l' | la | i | gli | le |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| di | del | dello | dell' | della | dei | degli | delle |
| a | al | allo | all' | alla | ai | agli | alle |
| da | dal | dallo | dall' | dalla | dai | dagli | dalle |
| in | nel | nello | nell' | nella | nei | negli | nelle |
| su | sul | sullo | sull' | sulla | sui | sugli | sulle |
A of in bij plaatsen
Gebruik a bij steden en kleine eilanden, in bij landen, regio's en grote eilanden. Veel alledaagse plekken zijn vaste uitdrukkingen zonder lidwoord.
| a | in |
|---|---|
| a Milano | in Spagna |
| a Capri | in Sicilia |
| a casa | in ufficio |
| a scuola | in banca |
| a teatro | in montagna |
| a piedi | in macchina |
Test jezelf
5 korte vragen over deze les. Hoeveel heb jij er goed?
Kies het juiste antwoord.
De vele taken van da
Da dekt verschillende ideeën waarvoor het Nederlands verschillende woorden gebruikt. Let op: 'al' of 'sinds' bij iets wat nog steeds doorgaat, is da + tegenwoordige tijd.
Lastige gevallen
- Herkomst: 'Sono di Torino' (ik kom uit Turijn, met essere), maar 'Vengo da Torino' (ik kom net uit Turijn).
- Familie: familieleden in het enkelvoud met een bezittelijk voornaamwoord krijgen geen lidwoord, dus geen samentrekking: 'a mia madre', maar 'ai miei fratelli'.
- Landen: geen lidwoord na in, tenzij het land nader wordt beschreven: 'in Italia', maar 'nell'Italia del Sud'.
- Landen in het meervoud houden het lidwoord: 'negli Stati Uniti'.
- Wat, een beetje: di + lidwoord betekent ook 'wat' of 'een beetje': 'Ho comprato del pane'.
Veelgemaakte fouten
- De delen los schrijven: 'nel cassetto', niet 'in il cassetto'.
- Per gebruiken voor tijd die nog doorloopt: 'Abito qui da tre anni', niet 'per tre anni'.
- In gebruiken voor tijd in de toekomst: 'tra un'ora' (over een uur), niet 'in un'ora'.
- A gebruiken bij landen: 'in Germania', niet 'a Germania'.
- Het verkeerde lidwoord kiezen: 'nello zaino' en 'degli studenti', niet 'nel zaino' en 'dei studenti'.