De onvoltooid verleden tijd in het Italiaans
L'imperfetto
Test jezelf met een korte quizDe imperfetto beschrijft het verleden zoals het aan de gang was: gewoontes, achtergrond en beschrijvingen. Je herkent hem aan de -v- in de uitgangen: parlavo, leggevo, dormivo.
Zo vorm je de imperfetto
Haal -re van de infinitief weg en voeg -vo, -vi, -va, -vamo, -vate, -vano toe. De klinker van de infinitief (a, e, i) blijft staan. Werkwoorden als capire krijgen geen -isc-: capivo.
| Onderwerp | parlare | leggere | dormire |
|---|---|---|---|
| io | parlavo | leggevo | dormivo |
| tu | parlavi | leggevi | dormivi |
| lui / lei / Lei | parlava | leggeva | dormiva |
| noi | parlavamo | leggevamo | dormivamo |
| voi | parlavate | leggevate | dormivate |
| loro | parlavano | leggevano | dormivano |
Onregelmatige werkwoorden
Essere is het enige volledig onregelmatige werkwoord. Een paar andere gebruiken een oudere, langere stam, maar krijgen de regelmatige uitgangen. Avere en stare zijn regelmatig: avevo, stavo.
| Onderwerp | essere |
|---|---|
| io | ero |
| tu | eri |
| lui / lei / Lei | era |
| noi | eravamo |
| voi | eravate |
| loro | erano |
| Infinitief | Stam | io | loro |
|---|---|---|---|
| fare | fac- | facevo | facevano |
| dire | dic- | dicevo | dicevano |
| bere | bev- | bevevo | bevevano |
| tradurre | traduc- | traducevo | traducevano |
Wanneer gebruik je de imperfetto?
Gebruik hem voor alles wat de achtergrond schetst of zich herhaalt, en niet voor één afgeronde gebeurtenis.
Test jezelf
5 korte vragen over deze les. Hoeveel heb jij er goed?
Kies het juiste antwoord.
Imperfetto of passato prossimo
De passato prossimo vertelt wat er gebeurde: een afgeronde gebeurtenis. De imperfetto vertelt wat er op dat moment aan de gang was. Als een handeling een andere onderbreekt, staat de onderbroken handeling in de imperfetto (zie de les over de passato prossimo).
| Imperfetto | Passato prossimo |
|---|---|
| Ogni estate andavamo al mare. | L'estate scorsa siamo andati in montagna. |
| Leggevo un libro... | ...quando è suonato il telefono. |
| Di solito Marta cucinava. | Ieri ha cucinato Paolo. |
Sommige tijdsaanduidingen wijzen naar de ene of de andere tijd. Het zijn neigingen, geen regels.
| Meestal imperfetto | Meestal passato prossimo |
|---|---|
| di solito | ieri |
| ogni giorno | una volta |
| sempre | all'improvviso |
| mentre | tre volte |
| da bambino | a un certo punto |
Werkwoorden die van betekenis veranderen
Bij sapere en conoscere bepaalt de keuze van de tijd welk Nederlands werkwoord je gebruikt.
| Imperfetto | Betekenis | Passato prossimo | Betekenis |
|---|---|---|---|
| sapevo | ik wist | ho saputo | ik kwam te weten |
| conoscevo | ik kende (iemand) | ho conosciuto | ik leerde kennen |
Veelgemaakte fouten
- De passato prossimo gebruiken voor herhaalde gewoontes: 'Da piccolo andavo a scuola a piedi', niet 'sono andato'.
- De imperfetto gebruiken voor één gebeurtenis met een duidelijk einde: 'Ieri ho visto Luca', niet 'vedevo'.
- Fare en dire van de infinitief afleiden: 'facevo' en 'dicevo', niet 'farevo' en 'direvo'.
- De klemtoon verkeerd leggen: zeg parlAvo en parlAvano, met de klemtoon op de a.