De onvoltooid verleden tijd in het Italiaans

L'imperfetto

Test jezelf met een korte quiz

De imperfetto beschrijft het verleden zoals het aan de gang was: gewoontes, achtergrond en beschrijvingen. Je herkent hem aan de -v- in de uitgangen: parlavo, leggevo, dormivo.

Zo vorm je de imperfetto

Haal -re van de infinitief weg en voeg -vo, -vi, -va, -vamo, -vate, -vano toe. De klinker van de infinitief (a, e, i) blijft staan. Werkwoorden als capire krijgen geen -isc-: capivo.

Onderwerpparlareleggeredormire
ioparlavoleggevodormivo
tuparlavileggevidormivi
lui / lei / Leiparlavaleggevadormiva
noiparlavamoleggevamodormivamo
voiparlavateleggevatedormivate
loroparlavanoleggevanodormivano

Onregelmatige werkwoorden

Essere is het enige volledig onregelmatige werkwoord. Een paar andere gebruiken een oudere, langere stam, maar krijgen de regelmatige uitgangen. Avere en stare zijn regelmatig: avevo, stavo.

Onderwerpessere
ioero
tueri
lui / lei / Leiera
noieravamo
voieravate
loroerano
InfinitiefStamioloro
farefac-facevofacevano
diredic-dicevodicevano
berebev-bevevobevevano
tradurretraduc-traducevotraducevano

Wanneer gebruik je de imperfetto?

Gebruik hem voor alles wat de achtergrond schetst of zich herhaalt, en niet voor één afgeronde gebeurtenis.

Da bambino giocavo sempre in cortile.Als kind speelde ik altijd op de binnenplaats.gewoonte in het verleden
Era una sera d'estate e faceva caldo.Het was een zomeravond en het was warm.beschrijving, weer
Avevo dieci anni ed ero molto timido.Ik was tien en ik was erg verlegen.leeftijd, gevoelens
Mentre lui leggeva, lei ascoltava la radio.Terwijl hij aan het lezen was, luisterde zij naar de radio.twee handelingen tegelijk

Test jezelf

5 korte vragen over deze les. Hoeveel heb jij er goed?

0 XP
Vraag 1 van 5

Kies het juiste antwoord.

Prima ___ in centro, ma adesso abito in periferia. (io, abitare)

Imperfetto of passato prossimo

De passato prossimo vertelt wat er gebeurde: een afgeronde gebeurtenis. De imperfetto vertelt wat er op dat moment aan de gang was. Als een handeling een andere onderbreekt, staat de onderbroken handeling in de imperfetto (zie de les over de passato prossimo).

ImperfettoPassato prossimo
Ogni estate andavamo al mare.L'estate scorsa siamo andati in montagna.
Leggevo un libro......quando è suonato il telefono.
Di solito Marta cucinava.Ieri ha cucinato Paolo.

Sommige tijdsaanduidingen wijzen naar de ene of de andere tijd. Het zijn neigingen, geen regels.

Meestal imperfettoMeestal passato prossimo
di solitoieri
ogni giornouna volta
sempreall'improvviso
mentretre volte
da bambinoa un certo punto

Werkwoorden die van betekenis veranderen

Bij sapere en conoscere bepaalt de keuze van de tijd welk Nederlands werkwoord je gebruikt.

ImperfettoBetekenisPassato prossimoBetekenis
sapevoik wistho saputoik kwam te weten
conoscevoik kende (iemand)ho conosciutoik leerde kennen

Veelgemaakte fouten

  • De passato prossimo gebruiken voor herhaalde gewoontes: 'Da piccolo andavo a scuola a piedi', niet 'sono andato'.
  • De imperfetto gebruiken voor één gebeurtenis met een duidelijk einde: 'Ieri ho visto Luca', niet 'vedevo'.
  • Fare en dire van de infinitief afleiden: 'facevo' en 'dicevo', niet 'farevo' en 'direvo'.
  • De klemtoon verkeerd leggen: zeg parlAvo en parlAvano, met de klemtoon op de a.

Voorbeeldzinnen

Quando abitavo a Bologna, prendevo sempre la bici.Toen ik in Bologna woonde, nam ik altijd de fiets.
Non c'era nessuno in strada.Er was niemand op straat.
Mentre facevo la doccia, è andata via la luce.Terwijl ik aan het douchen was, viel de stroom uit.
Mia nonna diceva sempre che il tempo è denaro.Mijn oma zei altijd dat tijd geld is.
Dove lavoravi prima di trasferirti?Waar werkte je voordat je verhuisde?
Erano le otto e i negozi erano già chiusi.Het was acht uur en de winkels waren al dicht.
Non sapevo che parlassi il giapponese.Ik wist niet dat je Japans sprak.

Meer Italiaanse grammatica