Tegenwoordige tijd in het Frans

Le présent de l’indicatif

De tegenwoordige tijd in het Frans wordt gebruikt voor huidige handelingen, gewoonten en algemene waarheden. Het is een van de meest gebruikte werkwoordstijden.

Voorbeeld: Je parle français. (Ik spreek Frans.)

Wanneer de tegenwoordige tijd te gebruiken

De tegenwoordige tijd beschrijft handelingen die nu plaatsvinden, herhaalde handelingen, algemene feiten en soms gebeurtenissen in de nabije toekomst.

GebruikFrans voorbeeldBetekenis in het Nederlands
Huidige actieJe travaille.Ik werk.
GewoonteJe travaille le lundi.Ik werk op maandag.
Algemene waarheidL’eau bout à 100°C.Water kookt bij 100°C.
Nabije toekomstJe pars demain.Ik vertrek morgen.

Spellingveranderingen

Sommige werkwoorden veranderen van spelling in de tegenwoordige tijd om de uitspraak te behouden.

InfinitiefVeranderingVoorbeeld
mangere → eonsnous mangeons
commencerc → çnous commençons
payery → ije paie
préféreré → èje préfère

Onderwerp–Werkwoord Overeenstemming

De werkwoordsuitgang verandert volgens het onderwerpvoornaamwoord.

Veelgestelde vragen van leerlingen

Handige vragen bij het gebruik van de tegenwoordige tijd:

  • Gebeurt de actie nu of regelmatig?
  • Tot welke groep behoort het werkwoord?
  • Heeft het werkwoord een spellingverandering nodig?
  • Komt het werkwoord overeen met het onderwerp?

Werkwoorden van de eerste groep (-er)

De meeste Franse werkwoorden behoren tot de eerste groep en volgen een regelmatig patroon.

VoornaamwoordParler (spreken)
jeparle
tuparles
il / elle / onparle
nousparlons
vousparlez
ils / ellesparlent

Werkwoorden van de derde groep (Onregelmatig)

Werkwoorden van de derde groep zijn onregelmatig en moeten individueel worden geleerd.

WerkwoordVoorbeeldvormBetekenis
êtreje suiszijn / zijn
avoirj’aihebben
allerje vaisgaan
faireje faisdoen / maken

De drie werkwoordsgroepen

Franse werkwoorden zijn verdeeld in drie groepen op basis van hun infinitiefuitgang.

GroepUitgangVoorbeeldwerkwoord
1e groep-erparler (spreken)
2e groep-ir (-issons)finir (afronden)
3e groepOnregelmatigêtre, avoir, aller

Voorbeeldzinnen

Je mange à midi.Ik eet om twaalf uur.
Nous finissons le travail.Wij maken het werk af.
Elle va à l’université.Zij gaat naar de universiteit.
Ils parlent français.Zij spreken Frans.

Werkwoorden van de tweede groep (-ir)

Werkwoorden van de tweede groep eindigen op -ir en vormen het meervoud met -issons.

VoornaamwoordFinir (afronden)
jefinis
tufinis
il / elle / onfinit
nousfinissons
vousfinissez
ils / ellesfinissent
je mangeik eetsubject: je
nous mangeonswij etensubject: nous

Uitspraaknotities

Veel tegenwoordige tijd-uitgangen zijn stil en klinken hetzelfde.

parle / parles / parlentzelfde uitspraak
finis / finit / finissentzelfde uitspraak

Meer Franse grammatica