De onvoltooid toekomende tijd in het Spaans
El futuro simple
Test jezelf met een korte quizDe onvoltooid toekomende tijd (hablaré) zegt wat er gaat gebeuren. Het is de makkelijkste Spaanse tijd om te vormen: je zet één reeks uitgangen achter de hele infinitief, voor werkwoorden op -ar, -er en -ir.
Zo vorm je de toekomende tijd
Houd de infinitief en voeg de uitgang toe. De uitgangen zijn voor alle drie de werkwoordgroepen gelijk, en elke vorm behalve nosotros heeft een geschreven accent.
| Onderwerp | Uitgang | hablar | comer | vivir |
|---|---|---|---|---|
| yo | -é | hablaré | comeré | viviré |
| tú | -ás | hablarás | comerás | vivirás |
| él/ella/usted | -á | hablará | comerá | vivirá |
| nosotros/as | -emos | hablaremos | comeremos | viviremos |
| vosotros/as | -éis | hablaréis | comeréis | viviréis |
| ellos/ellas/ustedes | -án | hablarán | comerán | vivirán |
Onregelmatige stammen
Twaalf veelgebruikte werkwoorden veranderen hun stam, maar de uitgangen blijven gelijk. Werkwoorden die daarvan zijn afgeleid, volgen hetzelfde patroon: mantener geeft mantendré, deshacer geeft desharé.
| Infinitief | Stam | yo-vorm | Betekenis |
|---|---|---|---|
| tener | tendr- | tendré | hebben |
| poner | pondr- | pondré | zetten, leggen |
| salir | saldr- | saldré | uitgaan, vertrekken |
| venir | vendr- | vendré | komen |
| valer | valdr- | valdré | waard zijn |
| poder | podr- | podré | kunnen |
| saber | sabr- | sabré | weten |
| caber | cabr- | cabré | passen, erin kunnen |
| haber | habr- | habrá | er zal/zullen zijn |
| querer | querr- | querré | willen |
| decir | dir- | diré | zeggen |
| hacer | har- | haré | doen, maken |
Wanneer gebruik je hem?
Naast toekomstige gebeurtenissen gebruikt het Spaans deze tijd om te gissen naar het heden, waar je in het Nederlands 'waarschijnlijk' of 'zal wel' zegt.
| Gebruik | Voorbeeld | Vertaling |
|---|---|---|
| Toekomstige gebeurtenissen | El tren saldrá a las ocho. | De trein vertrekt om acht uur. |
| Voorspellingen | Creo que lloverá esta tarde. | Ik denk dat het vanmiddag gaat regenen. |
| Beloftes | Te llamaré en cuanto llegue. | Ik bel je zodra ik aankom. |
| Vermoedens over nu | ¿Dónde está Ana? Estará en el trabajo. | Waar is Ana? Ze zal wel op haar werk zijn. |
| Je iets afvragen | ¿Qué hora será? | Hoe laat zou het zijn? |
Test jezelf
5 korte vragen over deze les. Hoeveel heb jij er goed?
Kies het juiste antwoord.
Futuro simple of ir a + infinitief
In alledaags Spaans is ir a + infinitief gebruikelijker voor plannen en voor dingen die je ziet aankomen. De futuro simple klinkt verder weg, zekerder of formeler, en is de normale keuze voor beloftes en algemene voorspellingen.
Ontkenningen en vragen
Zet no voor het werkwoord, en eventuele voornaamwoorden tussen no en het werkwoord. Voor een vraag heb je alleen vraagtekens en intonatie nodig.
Veelgemaakte fouten
Let op deze fouten.
- Onregelmatige stammen regelmatig maken: zeg tendré en diré, niet 'teneré' of 'deciré'.
- Het accent weglaten: hablará (zal spreken) is een andere vorm dan hablara (subjuntivo).
- Habrá meervoud maken: zeg habrá problemas, niet 'habrán problemas'.
- De toekomende tijd na cuando gebruiken: zeg cuando llegue, te llamaré, niet 'cuando llegaré'.
- 'Zal ik...?' vertalen met de toekomende tijd: het Spaans gebruikt de tegenwoordige tijd, zoals in ¿Abro la ventana?