De gebiedende wijs in het Spaans
El imperativo
Test jezelf met een korte quizMet de gebiedende wijs geef je bevelen, instructies en uitnodigingen. Het Spaans heeft een vorm voor elke manier om 'je' te zeggen, en bevestigende en ontkennende bevelen hebben verschillende vormen.
Bevestigende bevelen
Tú gebruikt de él/ella-vorm van de tegenwoordige tijd. Bij vosotros wordt de laatste -r van de infinitief een -d. Usted, nosotros en ustedes lenen de vorm van de presente de subjuntivo.
| Persoon | hablar | comer | escribir |
|---|---|---|---|
| tú | habla | come | escribe |
| usted | hable | coma | escriba |
| nosotros/as | hablemos | comamos | escribamos |
| vosotros/as | hablad | comed | escribid |
| ustedes | hablen | coman | escriban |
In Spanje is vosotros het informele meervoud en ustedes het beleefde. In Latijns-Amerika gebruik je ustedes voor allebei.
Ontkennende bevelen
Alle ontkennende bevelen gebruiken no + de presente de subjuntivo. Alleen bij tú en vosotros verschilt de vorm van de bevestigende.
| Persoon | Bevestigend | Ontkennend |
|---|---|---|
| tú | come | no comas |
| usted | coma | no coma |
| nosotros/as | comamos | no comamos |
| vosotros/as | comed | no comáis |
| ustedes | coman | no coman |
Onregelmatige tú-vormen
Acht veelgebruikte werkwoorden hebben een korte, onregelmatige bevestigende tú-vorm. Hun ontkenning is een regelmatige subjuntivo-vorm. Ook stamveranderingen komen voor: cierra, duerme, pide.
| Infinitief | Bevestigend tú | Ontkennend tú |
|---|---|---|
| decir | di | no digas |
| hacer | haz | no hagas |
| ir | ve | no vayas |
| poner | pon | no pongas |
| salir | sal | no salgas |
| ser | sé | no seas |
| tener | ten | no tengas |
| venir | ven | no vengas |
Test jezelf
5 korte vragen over deze les. Hoeveel heb jij er goed?
Kies het juiste antwoord.
Waar komen de voornaamwoorden?
Bij bevestigende bevelen plak je de voornaamwoorden achter het werkwoord, het meewerkend voorwerp voor het lijdend voorwerp. Zet zo nodig een accent om de oorspronkelijke klemtoon te behouden. Bij ontkennende bevelen staan de voornaamwoorden voor het werkwoord.
| Bevestigend | Ontkennend | Betekenis |
|---|---|---|
| Dímelo. | No me lo digas. | Zeg het me. / Zeg het me niet. |
| Cómpralo. | No lo compres. | Koop het. / Koop het niet. |
| Siéntese. | No se siente. | Gaat u zitten. / Gaat u niet zitten. (usted) |
| Levantaos. | No os levantéis. | Sta op. / Sta niet op. (vosotros) |
| Vámonos. | No nos vayamos. | Laten we gaan. / Laten we niet gaan. |
- Nosotros verliest de laatste -s voor nos: sentemos + nos wordt sentémonos.
- Vosotros verliest de laatste -d voor os: sentad + os wordt sentaos. De uitzondering is idos.
- Se lo vervangt le lo: dale el libro wordt dáselo.
Beleefd klinken
In Spanje is de gebiedende wijs normaal en niet onbeleefd, onder vrienden, in winkels en thuis. Por favor maakt hem zachter, en een vraag in de tegenwoordige tijd of de voorwaardelijke wijs klinkt nog vriendelijker.
Veelgemaakte fouten
Deze fouten komen heel vaak voor.
- De bevestigende vorm na no gebruiken: zeg no hables, niet 'no habla'.
- Onregelmatige tú-vormen ontkennend maken: zeg no digas, niet 'no di'.
- Voornaamwoorden vastplakken bij ontkenningen: zeg no me lo digas, niet 'no dímelo'.
- Het accent vergeten: cómelo en dámelo hebben er een nodig, dame niet.
- De infinitief gebruiken voor vosotros: zeg in standaard-Spaans sentaos, niet 'sentaros'.
- Tú en usted in één zin door elkaar gebruiken: siéntese y espere, niet 'siéntate y espere'.