De aanvoegende wijs in de tegenwoordige tijd in het Spaans

El presente de subjuntivo

Test jezelf met een korte quiz

De presente de subjuntivo (hable) is geen tijd voor feiten. Hij verschijnt na uitdrukkingen van wens, twijfel en emotie, meestal in een bijzin die met que begint.

Zo vorm je de presente de subjuntivo

Neem de yo-vorm van de tegenwoordige tijd, haal de -o weg en voeg de 'omgekeerde' uitgangen toe: werkwoorden op -ar krijgen uitgangen met e, werkwoorden op -er en -ir krijgen uitgangen met a.

Onderwerphablarcomervivir
yohablecomaviva
túhablescomasvivas
él/ella/ustedhablecomaviva
nosotros/ashablemoscomamosvivamos
vosotros/ashabléiscomáisviváis
ellos/ellas/ustedeshablencomanvivan

Stammen uit de yo-vorm

Omdat je van de yo-vorm uitgaat, neem je een onregelmatige yo-vorm gewoon mee. Werkwoorden met een stamverandering veranderen zoals in de tegenwoordige tijd, en werkwoorden op -ir veranderen ook bij nosotros en vosotros. Sommige werkwoorden passen hun spelling aan om dezelfde klank te houden.

InfinitiefTegenwoordige tijd yoSubjuntivo yoSubjuntivo nosotros
tenertengotengatengamos
hacerhagohagahagamos
decirdigodigadigamos
conocerconozcoconozcaconozcamos
pensarpiensopiensepensemos
dormirduermoduermadurmamos
pedirpidopidapidamos
buscarbuscobusquebusquemos
llegarllegolleguelleguemos

De zes onregelmatige werkwoorden

Deze werkwoorden eindigen in de yo-vorm van de tegenwoordige tijd niet op -o, dus ze hebben eigen vormen. Let op de accenten op esté en dé.

Infinitiefyotúnosotros
serseaseasseamos
estarestéestésestemos
irvayavayasvayamos
sabersepasepassepamos
dardédesdemos
haberhayahayashayamos

Wanneer gebruik je hem?

De subjuntivo volgt op que als het hoofdwerkwoord een wens, gevoel, twijfel of oordeel uitdrukt over wat iemand anders doet. Hebben beide werkwoorden hetzelfde onderwerp, dan gebruik je de infinitief: quiero ir, maar quiero que vayas.

AanleidingVoorbeeldVertaling
Wensen en verzoekenQuiero que vengas a la cena.Ik wil dat je komt eten.
EmotieMe alegra que estés aquí.Ik ben blij dat je er bent.
Twijfel en ontkenningNo creo que llueva hoy.Ik denk niet dat het vandaag gaat regenen.
OordelenEs importante que duermas bien.Het is belangrijk dat je goed slaapt.
DoelTe lo explico para que lo entiendas.Ik leg het je uit zodat je het begrijpt.
ToekomstCuando llegues, llámame.Bel me als je aankomt.
HoopOjalá haga buen tiempo.Hopelijk is het mooi weer.

Test jezelf

5 korte vragen over deze les. Hoeveel heb jij er goed?

0 XP
Vraag 1 van 5

Kies het juiste antwoord.

Dudo que el restaurante ___ abierto el lunes. (estar)

Subjuntivo of indicativo

Feiten en overtuigingen krijgen de indicativo (aantonende wijs). Twijfel en toekomstige gebeurtenissen na cuando, en cuanto of hasta que krijgen de subjuntivo.

IndicativoSubjuntivo
Creo que viene.No creo que venga.
Es verdad que está enfermo.Es posible que esté enfermo.
Cuando llego a casa, ceno.Cuando llegue a casa, cenaré.

Veelgebruikte uitdrukkingen

Spanjaarden gebruiken deze elke dag.

UitdrukkingBetekenis
¡Que aproveche!Eet smakelijk!
¡Que te mejores!Beterschap!
¡Que lo pases bien!Veel plezier!
Como quieras.Zoals je wilt.
Lo que sea.Maakt niet uit.

Veelgemaakte fouten

Let hierop.

  • De toekomende tijd na cuando gebruiken: zeg cuando tengas tiempo, niet 'cuando tendrás tiempo'.
  • De subjuntivo na creo que gebruiken: zeg creo que tiene razón.
  • Que gebruiken bij hetzelfde onderwerp: zeg quiero aprender, niet 'quiero que yo aprenda'.
  • Accenten vergeten: esté en dé hebben er een nodig.
  • Ojalá met de indicativo gebruiken: zeg ojalá venga, niet 'ojalá viene'.

Voorbeeldzinnen

Espero que tengáis un buen viaje.Ik hoop dat jullie een goede reis hebben.
Mi madre quiere que estudie Medicina.Mijn moeder wil dat ik geneeskunde ga studeren.
Siento que no puedas venir.Jammer dat je niet kunt komen.
Dudo que el museo esté abierto el lunes.Ik betwijfel of het museum maandag open is.
En cuanto sepa algo, te aviso.Zodra ik iets weet, laat ik het je weten.
Es mejor que vayamos en metro.We kunnen beter met de metro gaan.
No te vayas hasta que vuelva.Ga niet weg voordat ik terug ben.

Meer Spaanse grammatica